KOSTEN VOOR WERKLUNCHES IN BREDENE DALEN SPECTACULAIR: “NIEUW BESTUUR GEEFT HET GOEDE VOORBEELD”

Raadslid Ronny Vanstechelman heeft de uitgaven voor werklunches van het gemeentebestuur opgevraagd. Uit de cijfers blijkt dat de kosten in 2025 drastisch zijn gedaald in vergelijking met de voorgaande jaren. In 2022 en 2023 liepen de totale uitgaven voor interne en externe werklunches nog op tot respectievelijk 27.847 euro en 29.810 euro. In 2024 daalde dat bedrag al naar 14.455 euro, maar in 2025 – het eerste jaar van de coalitie tussen Alternatief24 en Vooruit – volgde een bijzonder sterke daling tot slechts 3.515 euro.

Vooral de interne werklunches zijn bijna volledig verdwenen uit de kostenstaat. Waar daarvoor in 2023 nog bijna 20.000 euro werd uitgegeven, gaat het in 2025 nog slechts om 273 euro. Ook de uitgaven voor externe werklunches zijn meer dan gehalveerd. Volgens Vanstechelman is die evolutie geen toeval. “Deze cijfers tonen dat duidelijke afspraken wel degelijk werken. Bij het begin van deze bestuursperiode hebben Alternatief24 en Vooruit bewust gekozen voor een strikte gedragscode voor burgemeester en schepenen en dit rond rond het gebruik van dienstwagens, werklunches en andere uitgaven. Dat vertaalt zich nu ook in de cijfers.”

De afspraken maken deel uit van het samenwerkingsakkoord tussen beide partijen en hebben als doel om deontologie, transparantie en kostenbewust bestuur centraal te stellen. Zo worden werklunches met derden sterk beperkt en dienen ze vooraf gemeld en geregistreerd.

“Voor Alternatief24 is deontologie een belangrijk speerpunt,” zegt Vanstechelman. “De burger verwacht terecht dat een bestuur zorgvuldig omgaat met publieke middelen. Door zelf het goede voorbeeld te geven, bouwen we ook aan vertrouwen.” Volgens het raadslid tonen de cijfers aan dat het mogelijk is om efficiënter en soberder te besturen zonder in te boeten aan overleg of samenwerking. “Overleg blijft natuurlijk noodzakelijk, maar het moet functioneel blijven en geen gewoonte worden waarbij publieke middelen onnodig worden gebruikt. De cijfers bewijzen dat een meer sobere en transparante aanpak perfect mogelijk is,” besluit Vanstechelman.